Producties

R&P; AV-Online video WOII

De productie is te zien via deze link: https://nieuwnederland.fhj.nl/de-hel-in-holland-de-tweede-wereldoorlog/

R&P; Onderzoeken Datajournalistiek

Aantal journalisten in de gevangenis blijft dalen 

In 2019 is het aantal gedetineerde journalisten voor het derde jaar op rij gedaald. Dit blijkt uit cijfers van het Commitee to Protect Journalists (CPJ). Toch is dit volgens Jan-Albert Hootsen, vertegenwoordiger van het CPJ, nog geen reden tot juichen. Hoewel het totale aantal is gedaald, zitten er nog steeds meer dan 250 journalisten in detentie. 

Duarte dos Santos Estrafalhote, 6 november 2020 

Al sinds de jaren ’90 houdt het CPJ de cijfers bij van het aantal journalisten die door hun werk vastzitten in gevangenissen wereldwijd. In de eerste jaren van deze eeuw schom- melde het aantal gedetineerde journalisten rond de 100. Volgens vertegenwoordiger van het CPJ, Jan-Albert Hootsen, begon het aantal te stijgen naar mate er meer autoritaire re- gimes in Azië en Afrika de macht kregen. In 2012 piekte het aantal tot 230. Toch nam het aantal gedetineerden journalisten de jaren daarna weer af. 

In 2016 kreeg de persvrijheid een zware klap te verduren. In de periode van een jaar steeg het aantal gedetineerde journalisten van 198 naar 272. Een stijging van 37,4%. Deze stijging was ongekend. Nog nooit steeg het aantal tot boven de 250 vastzittende journalisten. 

Ook nam het aantal landen met gedetineerde journalisten toe. Waar het aantal eerst gelijk vrij bleef, steeg het in twee jaar met 33,3% in 2017. De reden hiervoor is dat veel Zuid- Amerikaanse en Afrikaanse staten journalisten achter slot en grendel zette. Die piek was echter van korte duur. Het jaar erop daalde het aantal staten weer bijna net zo hard als het steeg. Sindsdien lijkt het aantal staten weer rond de 30 te schommelen. 

De persvrijheid onder druk 

Volgens vertegenwoordiger Jan-Albert Hootsen, is de enorme stijging te wijten aan de opkomst van strikte regimes wereldwijd. “Door een sterke toename van het autoritarisme in een aantal landen, steeg het aantal gedetineerden journalisten in een korte periode enorm”, zegt Hootsen. “Denk bij deze regimes vooral aan Egypte en Turkije”, vertelt hij. Dat laatste land is volgens de vertegenwoordiger de grootste oorzaak van de toename. Hootsen: “Door de mislukte staatsgreep op de regering van Erdogan, is er door hem tijdelijk behoorlijk hard opgetreden tegen kritische journalisten.” 

Desondanks er in 2019 voor het derde jaar op rij minder journalisten vastzitten, ziet het CPJ in een aantal landen de situatie weer verslechteren. In zowel Saudi-Arabië als China blijft het aantal groeien. 

Sinds 2019 staat China met 48 gedetineerde journalisten weer op de eerste plek. Volgens het CPJ blijft president Xi Jinping de teugels strak houden. Vooral rondom controversiële onderwerpen zoals de protesten in Hong Kong en de ‘heropvoedingskampen’ in de provin- cie Xinjiang wordt verwacht dat de Chinese media niet kritisch zijn op het beleid. Een voor- beeld hiervan is de Chinese freelance journalist Sophia Huang Xueqin die in 2019 werd opgepakt omdat ze beschreef hoe het was om in een protestmars in Hong Kong mee te lopen. Vele met haar belandde in de gevangenis door negatieve berichtgeving tegenover de Chinese staat. 

Ook in Saudi-Arabië blijft het aantal stijgen. Het verschil met China is dat de meeste jour- nalisten in Saudi-Arabië niet eens worden berecht. Wanneer de Saudische autoriteiten een journalist verdenken van te kritische berichtgeving, is de kans groot dat je als journa- list zonder proces wordt opgesloten. Daarnaast is volgens het CPJ duidelijk dat de Saudi’s het niet alleen bij opsluiting houden. Er zijn de afgelopen jaren al meerdere meldingen ge- weest van martelingen van journalisten in de gevangenis. 

Nieuwe verwachtingen 

De cijfers van 2020 zijn nog niet bekend maar volgens Hootsen wel hoopvol. “Ik durf echt te stellen dat de afname de afgelopen jaren een trend is. De verwachting is dan ook dit jaar weer minder journalisten zullen vastzitten”, vertelt hij. Hootsen: “Ook moeten we zeker de COVID-19 pandemie in ogenschouw nemen. Deze wereldwijde epidemie zal ook een rol hebben in de verwachte daling van de cijfers”. 

*De cijfers van 2020 zullen op 1 december op de website CPJ.org te vinden zijn. 

Grote stijging verkeersdoden onder twintigers 

Het aantal twintigers dat in 2019 om het leven kwam door een verkeersongeluk is opnieuw gestegen. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens Patrick Rugebregt, persvoorlichter van Stichting: Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), is de toename moeilijk te verklaren. 

Duarte dos Santos Estrafalhote, 21 november 2020 

Aan het begin van dit decennium kwamen er jaarlijks in totaal 100 mensen, tussen de twintig en dertig jaar, om door verkeersongevallen in Nederland. In de periode van 2010 tot 2013 bleef dit aantal redelijk gelijk. In het jaar 2014 was er een grote daling van het aantal jongeren dat fataal verongelukte. Tot afgelopen jaar is het aantal dodelijk verongelukte twintigers niet meer boven de honderd gekomen. In 2019 steeg het cijfer drastisch met 28,7%. Van 87 naar 112 verongelukte twintigers. In de afgelopen tien jaar is 

Racen, Appen en drinken 

Dat in vergelijking met andere leeftijdscategorieën, vaker twintigers betrokken zijn bij ver- keersongelukken, is goed te verklaren. Uit een rapport van de SWOV blijkt dat er drie fac- toren zijn die invloed hebben op het aantal verkeersongelukken bij twintigers. Allereerst is er sprake van een biologische factor. Het menselijk brein is pas rond het 25ste levensjaar volledig ontwikkeld. Doordat de hersenen nog ontwikkelen, vertonen adolescenten vaker risicovoller gedrag dan volwassenen. Dit gedrag nemen jongeren mee in het verkeer. Zo rijden jongeren snel wat harder en roekelozer. De combinatie van het roekeloze rijgedrag en de weinige ervaring, zorgt ervoor dat twintigers vaker ongelukken veroorzaken of be- trokken zijn bij ongevallen. Zo’n 17% van het totale aantal verkeersdoden in 2019 waren twintigers. Alleen onder de 70- en 80-plussers vielen meer doden; 19% van het totaal. Het aantal verongelukte jongeren niet zo drastisch toegenomen. Echter is het aantal doden niet ongekend hoog. In 2010 was er ook sprake van meer dan 100 dodelijk verongelukte twintigers. 

De tweede factor is de onervarenheid. In deze leeftijdscategorie zitten veel beginnende bestuurders. Voor onervaren chauffeurs kan het lastig zijn bepaalde keuzes te maken in moeilijke verkeerssituaties. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld ‘rem-acties’ of ‘inhaalmanoeuvres’ met nare gevolgen. 

Als laatste blijkt uit het rapport van SWOV dat jongeren zich minder goed houden aan de regels omtrent drank/drugsgebruik en Appen achter het stuur. Zo rijden jongeren vaak nog na het uitgaan naar huis. Ook vermoeidheid en afleiding van passagiers spelen een rol in het veroorzaken van ongelukken. 

Lastig te verklaren 

Er is een verschil tussen het verklaren van trends in niet-fatale en fatale verkeersongeluk- ken. Volgens Patrick Rugebregt van SWOV is het moeilijk om concrete oorzaken aan het aantal verkeersdoden te hangen. Rugebregt: “De stijging van 2019 is lastig te verklaren. De reden daarvoor is dat het aantal verkeersdoden altijd tussen een bepaalde band- breedte fluctueert”. Wanneer er het aantal doden niet tot historische hoogte reikt, wordt dieper onderzoek niet gedaan. 

Waar bij verkeersongelukken zonder fatale gevolgen beter een link kan worden gelegd met verdovende middelen en het gebruik van een mobiel, is dit anders bij ongevallen met dodelijke afloop. “Er wordt zelden tot nooit een autopsie gedaan na een verkeersongeval. Het is dus enorm lastig om dan erachter te komen of er alcohol in het bloed zat tijdens het ongeluk”, zegt Rugebregt. En ook de populaire partydrug lachgas is volgens hem lastig vast te stellen bij dodelijke ongelukken. Dit komt doordat de roes van lachgas zeer kort is en vrijwel direct het lichaam verlaat. 

Wel is er door het SWOV in 2015 een schatting gedaan naar het aantal verkeersdoden die door alcoholgebruik in het verkeer zijn omgekomen. Deze schatting ligt tussen de 12 en 23% van het totale aantal verkeersdoden. 

Noord-Brabant het gevaarlijkst 

Als er wordt ingezoomd op de plekken waar de meeste jongeren verongelukken, springt er een provincie uit. Volgens de cijfers van het CBS verongelukte de meeste jonge ver- keersdeelnemers in Noord-Brabant. En dat was niet alleen in 2019 het geval. In de afgelo- pen tien jaar tijd stond de provincie zes keer bovenaan deze donkere lijst. 

Een ander negatief record werd ook door Noord-Brabant verbroken. Zo stierven er in 2019, 36 jongeren op de Brabantse wegen. Landelijk het allerhoogste aantal in tien jaar tijd. 

Volgens Rugebregt zijn er twee factoren die invloed hebben op de hoge sterftecijfers op het Brabantse wegdek. Allereerst is het aantal gereden kilometers. “In de provincie Noord- Brabant is er veel activiteit op de weg. Noord-Brabant is qua omvang een grote provincie en dat verklaart waarom er relatief veel Brabanders de auto pakken als ze naar een stad moeten”, zegt Rugebregt. Daarbij komt ook dat Noord-Brabant qua inwonersaantallen na Noord- en Zuid-Holland de grootste is. Dit leidt tot meer verkeersdeelnemers. 

De tweede factor is het type weg dat in de provincie Noord-Brabant vaak voorkomt. In vergelijking met verbindingen tussen steden in de randstad, zijn er in de provincie minder ‘snelweg-verbindingen’. Rugebregt: “Snelwegen zijn de meest veilige wegen in Nederland. Wanneer er dus relatief veel snelwegen zijn, is de kans op ongelukken kleiner. In de pro- vincie zie je dat er veel verkeer is op de provinciale wegen. Deze zijn stukken onveiliger”. Dat provinciale wegen gevaarlijker zijn, komt doordat er op die wegen minder goede in- haalmogelijkheden zijn en onoverzichtelijke kruispunten vaker voorkomen. In een rapport van de AWNB staat dat slechts zes procent van de Nederlandse wegen geldt als ‘provinci- aal’, maar op deze wegen een vijfde van alle landelijke verkeersdoden valt. 

Een veiligere toekomst 

Om ervoor te zorgen dat er in de toekomst minder verkeersdoden vallen, is de overheid gestart met twee grote campagnes die moeten zorgen voor meer bewustwording. Zo is de welbekende ‘BOB-campagne’ voor bewustwording over het alcoholgebruik achter het stuur en de ‘MONO-campagne’ de eye-opener voor het gebruik van je mobiele telefoon in de auto. Ook provinciaal zijn er projecten die moeten zorgen voor minder ongelukken. Zo heeft de provincie Noord-Brabant het programma ‘Brabant gaat voor NUL’ in het leven geroepen. Hiermee probeert de provincie door educatie en innovatie het aantal verkeers- doden naar nul te krijgen. 

R&P; Onderzoek internationale studenten

Deze productie is te zien via deze link: https://nieuwnederland.fhj.nl/studeren-in-de-coronacrisis-online-onzeker-en-eenzaam/

R&P; Column Mark Rutte

De productie is te zien via deze link: https://nieuwnederland.fhj.nl/mark-rutte-de-nieuwe-vader-des-vaderlands/

R&P; JS-brononderzoek

1. Terminologie 

In dit onderzoek worden bepaalde termen gebruikt die toelichting nodig hebben omdat ze of onbekend zijn voor sommigen of multi-interpretabel zijn. Zie hieronder de lijst met de woorden en de betekenissen zoals deze zijn bedoeld in het onderzoek: 

Complottheorie: zoals vermeld in de Van Dale: (waan)idee dat achter iets een complot schuilt. Dat betekent dat er achter de gebeurtenis waar theorieën over bestaan een complot aan ten grondslag moet liggen. Voorbeeld: COVID-19 is ontwikkeld door Bill Gates om 90% van de wereldbevolking te vermoorden. 

Om duidelijker maken wat in het onderzoek als complottheorie wordt beschouwd, wordt er een foutief voorbeeld gegeven. De volgende stelling is geen complottheorie: het COVID- 19 virus is niet zo heftig als het in de media wordt vermeld. Dit is namelijk een theorie waaraan geen complot ten grondslag ligt. Bij complottheorieën is er vaak sprake van een goed/kwaad verhouding. Het kwaad (vaak een samenzwering zeer machtige personen) smeedt een complot (vaak voor geld of macht) en de goede kant (vaak het volk) kan dit oplossen. 

Complotdenker: een persoon die gelooft in complottheorieën zoals in de bovenstaande alinea is uitgelegd. 

Mainstreammedia: erkende en gerenommeerde mediabedrijven. Zijn professioneel opgezet en beschikken over veel vakjournalisten. Denk hierbij aan de NPO, Persgroep en RTL. 

Alternatieve media: media die niet onder de mainstreammedia worden gerekend. Denk hierbij aan niet-erkende nieuwskanalen opgezet door burgerjournalisten. Verder hebben alternatieve media een andere manier van onderzoeken, maken en overbrengen van nieuws vergeleken met de mainstreammedia.YouTube-kanalen als Blue Tiger en Val Kabal of podcastseries als Lange Frans Podcast en een Oorlog Reeds Verloren zijn voorbeelden van alternatieve media. 

Influencer: een persoon met een toegewijde groep volgers en bepaalde voorbeeldfunctie (zowel goed als kwaad) op sociale media. Een influencer kan doormiddel van zijn/haar activiteit op sociale media mensen actief iets laten denken of ondernemen. Bijvoorbeeld het vormen van meningen of het kopen van producten. 

9/11: de aanslagen op de World Trade Center gebouwen in New York op 11 september 2001. 

2. Inleiding 

“Waar het coronavirus een onzichtbare vijand blijft, zijn wantrouwende gedachten en complottheorieën zichtbaarder dan ooit”, schrijft journalist Tom Grosfeld in het Parool. Die stelling lijkt te kloppen, want wie graag wilde lezen over alternatieve theorieën die vertellen dat 9/11 een door de Amerikaanse overheid opgezet plan was, moest naar schimmige fora en gesloten online-communities. In de tussentijd is het de complotdenker een stuk makkelijker gemaakt. Zo zijn video’s van graancirkelspecialist Janet Ossebaard en rapper Lange Frans met enkele muisklikken openbaar te zien op YouTube. En dat gebeurt ook. De video’s – vol onbewezen aantijgingen over de meest inhumane zaken – van de influencers zijn goed voor honderdduizenden views. 

Toch zeggen de views op zich niet veel. Er zijn ook mensen die complottheorieën meer als entertainment zien dan absolute waarheid. Films en series als Matrix en X-Files geven complottheorieën een popcultuur-status (Harambam, 2020). Om de vraag hoeveel mensen nou daadwerkelijk geloven in complottheorieën te kunnen beantwoorden, heeft het onderzoeksbureau Ipsos samen met Nieuwsuur een enquete afgenomen onder een deel van de Nederlandse bevolking. Hieruit blijkt dat 15% van de ondervraagden aangaf te denken dat het COVID-19 virus een gecreëerd biologisch wapen is. Daarnaast geeft 5% van de ondervraagden aan dat Bill Gates achter de ontwikkeling van het virus staat of het 5G-netwerk de veroorzaker is (Ipsos & Nieuwsuur, 2020). 

Op het eerste gezicht lijken deze bevindingen voor de journalistiek geen groot probleem. Toch zit er een addertje onder het gras. Want er heerst onder de complotdenkers veel wantrouwen naar de journalistiek. Zo zouden de mainstreammedia bewust de waarheid verdraaien om al het kwaad in deze wereld de hand boven het hoofd te houden. Fotomodel Doutzen Kroes gaf in een Instagrampost aan te denken dat de media samen met de farmaceutische industrie en de overheid samen informatie over het COVID-19 virus achterhouden (Spaink, 2020). 

Het grote wantrouwen in de journalistiek en de rol van BN’ers en influencers die dat wantrouwen opvullen met theorieën welke het vaak ontbreekt aan wetenschappelijk bewijs, zorgt voor dat steeds meer nieuwsgebruikers misinformatie voorgeschoteld krijgen. Deze situatie leidt mede tot de volgende afwegingen en vragen: 

– Wat maakt complottheorieën zo aantrekkelijk?
– Hoe moeten journalisten omgaan met de informatie uit complottheorieën? – Hoe komt er meer vertrouwen in de journalistiek? 

Na het beantwoorden van de drie bovenstaande deelvragen kan het antwoord op de volgende hoofdvraag worden gegeven: Hoe moeten journalisten omgaan met het feit dat complottheorieën meer mainstream zijn geworden? 

2.1 Aanpak 

In het volgende hoofdstuk wordt elke deelvraag beantwoord om zo tot het antwoord van de hoofdvraag te komen. De eerste deelvraag gaat specifiek over hoe interessant complottheorieën zijn. Dit is relevant voor het onderzoek omdat zo bepaald kan worden wat ervoor zorgt dat meer mensen complottheorieën lijken te omarmen. 

Vraag twee is hoe de journalistiek moet omgaan met de informatie uit de theorieën. Deze vraag is van belang als je wilt aantonen in welke mate de journalistiek complottheorieën serieus moet nemen. Moeten journalisten elke theorie uitvoerig onderzoeken of is het beter om complottheorieën te negeren? 

Bij de laatste deelvraag wordt gekeken hoe de journalistiek moet omgaan met het feit dat veel complotdenkers geen vertrouwen meer hebben in journalisten en hun berichtgeving. De mainstreammedia worden in veel theorieën onder het kwaad geschaard. In deze deelvraag kijken de experts naar hoe journalisten dit kunnen oplossen. 

Om bij gebruikte informatie terecht te komen, is er in dit onderzoek gebruik gemaakt van Lexis Uni, Google Scholar en de publicatiepagina’s van de universiteiten waar de onderzoekers werkzaam zijn. Voor het verkrijgen van schriftelijke bronnen zijn er bepaalde zoektermen gebruikt. Hieronder staan de gebruikte zoektermen en de beargumentatie daarbij: 

  • Complottheorie(ën): dit is de term die het meest wordt gebruikt in dit onderzoek. Daarnaast zit deze term ook in de hoofd- en deelvragen.
  • Complotdenker(s): dit zijn personen die geloven in complottheorieën. Deze zoekterm levert veel resultaten op over de personen zelf.
  • Lange Frans/Janet Ossenbaard: deze namen zijn als zoekterm gebruikt omdat deze personen door hun complotdenken in de publiciteit zijn gekomen. Vooral toen ze in een podcast bespraken dat Rutte een grote kans liep om geliquideerd te worden. De mainstreammedia zag dit als een verkapte oproep tot geweld.

3. Resultaten 

3.1 Wat maakt complottheorieën zo aantrekkelijk? 

Dat complottheorieën vaak spannender zijn dan de verklaringen die in de mainstreammedia worden gegeven, is volgens communicatie-expert Katja Schleicher niet bijzonder. Volgens Schleicher zit de spannende component van een complottheorie in de manier waarop de verhalen zijn opgebouwd. “Al eeuwen leren mensen dat een goed verhaal een duidelijk begin en eind moet hebben. Wanneer dit niet zo is, vinden we dat maar raar. Helaas is het nou zo dat een groot deel van verhalen niet voldoen aan dat duidelijke begin en eind”, legt Schleicher uit. Volgens haar is dit waar de complottheorieën ontstaan. “Omdat er vaak gaten in verhalen zitten en wij als mensen daar niet goed mee om kunnen gaan, vullen we die gaten graag op. Daar begint soms het gevaar”, zegt Schleicher. 

Mensen vullen verhalen aan omdat die ons emotioneel raken. Wanneer iemand een herkenbaar verhaal verteld, maakt dat bij de luisteraar ook wat los. Je voelt je even verbonden met de verteller. “Vaak zijn dat kleine dingetjes die we toevoegen aan een verhaal. Bij complottheorieën is dit anders. Want daar zitten zo veel onduidelijkheden in het verhaal dat mensen van alles erbij verzinnen om het rond te krijgen. Volgens complottheorie-expert Jelle van Buuren is emotie ook erg belangrijk in een complottheorie. Vooral als het gaat om grote gebeurtenissen zoals de COVID-19 uitbraak. “Deze pandemie ontneemt mensen een basisgevoel van veiligheid en controle. Die vragen om een hele grote heldere verklaring, om ergens dat idee van controle terug te krijgen. Dat gaat makkelijker als je duidelijk de vinger naar iemand kan wijzen”, zegt de expert in een interview voor Brandpunt+ (Snelderwaard & Snijders, 2020) 

De tweede reden waarom complottheorieën interessant zijn, is omdat ze beeldender zijn dan nieuwsberichten uit de mainstreammedia. Schleicher: “een goed voorbeeld is Pizzagate. Dat vanuit een pizza-restaurant in Washington een pedofielnetwerk over de wereld regeert. Dat lijkt toch echt de grootste onzin? Toch kan je het je in je hoofd goed verbeelden. Mensen luisteren gewoon het liefst naar een heel beeldend verhaal. Wanneer een journalist dan vertelt dat die theorie onzin is, vinden mensen dat niet spannend.” Volgens Schleicher zijn we als luisteraars vatbaarder voor spannende verhalen die lijken op verhalen uit boeken en films omdat die goed zijn opgebouwd. 

Niet alleen voor nieuwsgebruikers maar ook voor journalisten zijn complottheorieën erg interessant. In het onderzoek ‘Contemporary Conspiracy Culture’ van Jaron Harambam, wordt duidelijk dat in de afgelopen jaren de berichtgeving over complottheorieën in kranten flink is toegenomen. In 1996 publiceerde het NRC Handelsblad rond de tien artikelen per jaar over complottheorieën. Met de jaren nam dit aantal flink toe tot ongeveer zeventig artikelen per jaar in de periode van 2014 tot 2018 (Harambam, 2020). 

Volgens Schleicher zijn complottheorieën voor journalisten vooral interssant omdat ze meerdere nieuwswaardige aspecten bevatten. Allereerst zijn complottheorieën altijd in ontwikkeling. Er komen verhalen bij en die worden met bestaande verhalen gekoppeld. Er zijn dus vaak nieuwe theorieën te vermelden door de media. Het andere aspect is dat complottheorieën goed zijn voor de ‘clicks’. Wanneer nieuwsgebruikers het woord complottheorie zien, willen ze er graag alles over weten over de kwaadaardige samenzweringen. Er kan dus gezegd worden dat de emotie en mysterie in een complottheorie de aandacht trekt van zowel nieuwsgebruikers als journalisten. 

3.2 Hoe moeten journalisten omgaan met de informatie uit complottheorieën? 

Allereerst is het goed om te vermelden dat nog onbewezen theorieën niet altijd hoeven te betekenen dat het klinkklare onzin in. Er zijn en worden tot de dag van vandaag onethische complotten gemaakt die daadwerkelijk een slechte invloed hebben op de samenleving. Enkele voorbeelden uit het verleden zijn het Watergateschandaal en de tabaksindustrie die rokers wijsmaakte gezonde sigaretten te fabriceren. Expert op het gebied van complottheorieën, Jan-Willem van Prooien, zegt dat toch vaak blijkt dat de simpelste verklaring de juiste is. “Mensen kunnen bewust COVID-19 uit een lab hebben laten ontsnappen, maar waarschijnlijk is dat het virus is overgesprongen van dier op mens”, vertelt Van Prooijen (Grosfeld, 2020). 

Toch lijkt een groep mensen altijd te denken dat er meer achter een simpele verklaring zit. Moet de journalistiek deze groep mensen dan altijd dienen door de af en toe meest dubieuze theorieën te ontkrachten? Opiniemaker Bas Heijne zegt dat de journalistiek met alle macht de verhalen moet ontkrachten. Volgens hem zit er niks anders op. “Totdat een manier wordt gevonden om ook op internet redactionele filters aan te brengen die de meest schadelijke sprookjes enigszins kunnen beteugelen, is hier weinig aan te doen. Maar het blijft wel zaak om apekool voortdurend te ontmaskeren. Ook al word je dan meteen ingedeeld bij de verstokte, linkse, kapitalistische, imperialistische, en niet te vergeten, zionistische elite”, schrijft hij in zijn column (Buruma, 2020). 

Onderzoeker Richard Rogers is het niet helemaal eens met de uitspraak van Heijne. Hij denkt dat het ontkrachten van de theorieën averechts kan werken. “Eigenlijk zorg je ervoor dat je juist exposure geeft aan verhalen met weinig bewijzen”, zegt Rogers. Wanneer je aandacht geeft aan complottheorieën, help je eigenlijk mee aan het verspreiden ervan. Een betere optie volgens de onderzoeker zou het negeren zijn van extreme verhalen. Wel moet daarbij gezegd worden dat het volgens Rogers niet de taak van de journalistiek is om complotdenkers te censureren. Dat gaat volgens hem een stap verder. 

Expert op het gebied van complottheorieën, Mark Deuze, is het eens met Rogers. Volgens hem is het niet de moeite waard elke theorie te ontkrachten. “Stel je loopt een kroeg in, dan heb je toch altijd dat tafeltje in de hoek waar altijd die boze oude mannetjes zitten die de lelijkste dingen over vrouwen en buitenlanders roepen. Zo moet je het ook zien op het internet. Er is gewoon een groepje mensen dat altijd zo zal blijven. Om daar nou constant aandacht aan te geven is onnodig”, zegt Deuze. Volgens de onderzoeker is het ergens ook wel goed dat die mensen er zijn. “Als we namelijk als journalistiek door veel berichtgeving gaan bepalen wat mensen gaan denken, maken we dezelfde soort robots van iedereen. En dat is juist precies niet wat we willen”, zegt Deuze gekscherend. 

Toch is er een grens. Volgens Deuze is het alleen geloven van complottheorieën niet genoeg om als journalistiek in de pen te klimmen. Wanneer het volgens hem wel gevaarlijk wordt, is als mensen niet bij geloven blijven maar ook gaan uitvoeren. Dat is een goede reden om als journalist de nieuwsgebruikers van correcte informatie te voorzien. Een goed voorbeeld daarvan is de ‘anti-vaxxbeweging’. Deze groep mensen denkt dat er gevaarlijke stoffen of voorwerpen in vaccinaties zitten en laten zich daarom niet inenten. Wanneer een grote groep mensen dat doet, kan dit gevaarlijk zijn. Allereerst omdat er veel onbewezen feiten worden verteld. Zoals dat kinderen autisme krijgen van stoffen in een vaccin. Ten tweede is de kans dat mensen ziek worden een stuk groter. En niet alleen die persoon zelf maar ook voor de volksgezondheid kan dit schadelijk zijn als mensen zich niet laat inenten (Spaink, 2020). 

3.3 Hoe komt er meer vertrouwen in de journalistiek? 

Om op deze deelvraag antwoord te kunnen geven, moet er eerst gekeken worden naar waar het wantrouwen naar de journalistiek bij complotdenkers vandaan komt. Socioloog Jaron Harambam schrijft in zijn onderzoek ‘Contemporary Conspiracy Culture’ dat de journalistiek veel schrijft over complottheorieën maar niet inhoudelijk ingaan op de theorie zelf. Vaker wordt er gekeken waarom complottheorieën populair zijn en wat voor maatschappelijke schade ze aanrichten. Daarnaast gaat er ook veel berichtgeving over de complotdenker als persoon. In veel artikelen komt hun wat extremere politieke kleur, hun financiële status en opleidingsniveau naar voren. Complotdenkers worden geframed als paranoïde extremisten die leven in een denkbeeldige bubbel los van de echte samenleving (Harambam, 2020). Wat er dan gebeurd is dat mensen snel worden weggeschoven in het debat. “Er is een groep met ernstige zorgen en veel vragen, maar ze worden niet serieus genomen door de officiële instituten. Wanneer hun vragen onbeantwoord blijven, worden ze naar de extreme complotdenkers gezogen. Want die zien hun angsten en ideeën wel. En dan kunnen ze gaan geloven in heftigere theorieën”, vertelt Harambam (Grosfeld, 2020). 

Volgens Harambam worden mensen die kritischer zijn dan de meute, al snel door instanties en de media niet serieus genomen. Dit stuit journalist Wouter van Noort tegen de borst. In een artikel van het NRC.nl zegt hij dat de journalistiek in de spiegel moet kijken als het gaat om onderzoeken. Volgens hem zou de journalistiek af en toe te naïef zijn en door gemakzucht de benodigde kritische blik negeren. “Mediakritiek kán terecht zijn. Als je hashtags als #lügenpresse wegdenkt, klinken veelgehoorde vragen over de rol van de pers best redelijk. Is het RIVM te kritiekloos gevolgd? Zijn bepaalde experts genegeerd? Is China te makkelijk geloofd?”, vraagt Van Noort zich af. Volgens hem stellen complotdenkers vaak goede vragen, hoe ridicuul het antwoord dan ook mag zijn (Van Noort, 2020). 

Onderzoeker Jelle van Buuren is het met Van Noort eens. “Het stomste wat je kunt doen, is dat je van de weeromstuit geen enkele kritische noot meer duldt, doet alsof er nooit wat fout gaat, alsof er nooit sprake van belangenverstrengeling is bij machthebbers, alsof grote media onfeilbaar zijn”, vertelt Van Buuren (Snelderwaard & Snijders, 2020). 

Er kan gezegd worden dat er vanuit de complotdenkers veel wantrouwen heerst naar de journalistiek om twee redenen. Personen afschilderen als ‘gekkies’ zorgt niet voor wederzijds begrip. De eerste is de terugkerende negatieve beeldvorming van de complotdenkers. Als tweede is het de transparantie van de journalistiek. Wanneer je als journalist laat zien hoe je te werk gaat en durft toe te geven dat je ook fouten kan maken, is het institutionele stigma al minder. 

Naast de verandering in de beeldvorming is er volgens Harambam nog iets wat het vertrouwen in de journalistiek wat kan laten terugkeren. Een burgerplatform opgezet door journalisten en experts zou meer duidelijkheid kunnen scheppen bij omvangrijke nieuwsgebeurtenissen. “Dat schept vertrouwen en het is transparant. Wie er gelijk heeft, is dan niet het interessantst. Het gaat erom dat je mensen laat meedenken, hun zorgen serieus neemt. Laat als overheid zien dat je verschillende belangen meeweegt en op basis van welke belangen beleid wordt gevoerd. Op die manier kun je twee werelden dichter bij elkaar brengen”, vertelt de socioloog (Grosfeld, 2020). 

4. Conclusie 

In de inleiding van het onderzoek werd de volgende hoofdvraag gesteld: hoe moeten journalisten omgaan met het feit dat complottheorieën meer mainstream zijn geworden? Om die hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn er drie deelvragen gesteld en beantwoord. De gestelde deelvragen zijn de volgende: 

– Wat maakt complottheorieën zo aantrekkelijk?
– Hoe moeten journalisten omgaan met de informatie uit complottheorieën? – Hoe komt er meer vertrouwen in de journalistiek? 

Bij de eerste deelvraag werd duidelijk dat complottheorieën om twee grote redenen interessant zijn. Allereerst speelt emotie een grote rol bij complottheorieën. Zo spelen de verhalen in op de angst of woede van de lezer. Ten tweede zijn de theorieën zeer beeldende verhalen. Als lezer of luisteraar wekt dit snel je interesse, hoe vreemd de theorie ook lijkt. 

Op de vraag hoe journalisten om moeten gaan met informatie uit complottheorieën is het antwoord minder concreet. De experts zijn er nog niet unaniem uit of journalisten complottheorieën moeten onderzoeken of moeten negeren. Ook zijn er experts die zeggen dat alleen zeer absurde complottheorieën genegeerd moeten worden. Theorieën waarvoor wat betrouwbaarder bewijs te vinden is, kunnen dan wel worden onderzocht. Als laatste heb je de experts die vinden dat de grens voor onderzoek ligt bij het punt dat complotdenkers naar hun ideeën gaan handelen zoals het weigeren van vaccins en het in brand steken van zendmasten. 

In de laatste deelvraag over het vertrouwen in de journalistiek worden meerdere zaken duidelijk. Het grootste punt is de berichtgeving over de complotdenker als mens. In de media worden zij vaak afgeschilderd als asociale en laagopgeleide mensen die zich overal tegen afzetten. Het constant benoemen daarvan zorgt voor segregatie. Daarnaast kan er wat vertrouwen gewonnen worden door als journalist transparant te werk te gaan. Zo is het duidelijk beschrijven van hoe zaken onderzocht worden een goede optie. Dit zorgt ervoor dat complotdenkers beter zien wat je doet en plaats jezelf niet in de ivoren toren. 

Nu alle deelvragen zijn behandeld, kan er antwoord worden gegeven op de hoofdvraag. Een ding kan de journalistiek moeilijk veranderen; de populariteit van complottheorieën. Doordat mensen houden van spannende en beeldende verhalen, zullen complottheorieën nooit uitsterven. Wanneer er onduidelijkheden zitten in een verhaal, zal de menselijke fantasie dit oplossen door het begrijpelijk te maken. En in sommige gevallen kan dit tot bizarre verhalen leiden. 

Maar wat kan de journalistiek dan wel doen? Allereerst is het volgens de meeste experts goed om kritisch te blijven. Ook op je eigen werk. Neem de nieuwsgebruikers mee in je manier van werken en betrek hun vragen en opmerkingen in je werk. Journalisten 

onderzoeken voornamelijk voor hun publiek dus betrek hen daarin. Een complottheorie hoeft niet altijd onzin te zijn. Vandaar is het belangrijk om complotdenkers niet direct af te doen als ‘gekkies’. Dit zorgt ervoor dat je nieuwsgebruikers die twijfelen niet direct wegzet. Tenslotte is de journalistiek ontstaan uit het stellen van kritische vragen en het doen van onderzoek. Complotdenkers stellen vaak kritische vragen maar weten vaak niet hoe je gedegen onderzoek moet doen. Aan de journalistiek is dan de taak dit voor hen te doen. Zo zorg je voor een nieuwsgebruiker die op de hoogte is zonder dat daar invloeden bijkomen van extreme denkwijzen of bizarre horrorverhalen. 

4.1 Discussie 

Persoonlijk denk ik dat het goed is dat er nog steeds een debat plaatsvindt over dit onderwerp. Toch zijn er voor mijzelf wel een paar aspecten waarvan ik denk dat het goed is als journalist om te bekijken. Ten eerste ben ik het eens met het punt wat Mark Deuze aanstipte bij de tweede deelvraag. Daarin zegt hij dat er ergens een soort vrijheid moet zijn om te geloven wat je wil. Of dit nou in een religie is of in een bepaalde theorie, dat mag iedereen zelf weten. Het is niet aan de journalistiek om iedereen hetzelfde te laten denken. Kritisch kijken naar wat je voorgeschoteld wordt, is niet alleen voor een journalist. 

Het tweede punt is dat ik geloof dat complotdenkers soms goede journalistieke vragen stellen. Vaak zijn het vragen over zaken die ongelukkig of zeer slecht zijn verklaard door overheden of grote instanties. Zoals Wouter van Noort schreef in zijn column moet de journalistiek niet zomaar hun rol als waakhond weggeven uit gemakzucht. Complottheorieën zijn soms waar en als je als journalist ziet dat er toch reeële aanwijzingen kunnen zijn die een theorie bevestigen, zou dit een reden kunnen zijn dit te onderzoeken (Van Noort, 2020). 

Als laatst kan ik mij vinden in de oplossing die Jaron Harambam gaf in de laatste deelvraag. Een platform waar bezorgde en kritische burgers hun vragen kunnen stellen die dan serieus worden behandeld door experts en journalisten. Zo krijgen mensen sneller hun verklaring en zien ze hoe de experts en journalisten te werk gaan. De kans dat nieuwsgebruikers zich dan gaan storten in extremistische en absurde theorieën is dan kleiner (Harambam, 2020).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *